Het NCB-blad in de Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is er in Utrecht een tijdschrift in braille verschenen met de titel Mijn schild en de betrouwe.Een particulier initiatief en vanzelfsprekend illegaal. Op 8 oktober is over dat initiatief een presentatie geweest in het Verzetsmuseum in Amsterdam. Op verzoek van de spreker die dag heb ik wat informatie gezocht over de vraag of de tijdschriften van de toenmalige algemene, rooms-katholieke en protestants-christelijke in de oorlogsjaren zijn verschenen. Voor het raadplegen van het NCB-blad De Blindengids kreeg ik toegang tot het archief van de NCB.

De Blindengids is tot en met augustus 1944 verschenen. Er staan veel verslagen in van vergaderingen van het bondsbestuur en bijeenkomsten van de regionale afdelingen, over jaarvergaderingen van Sonneheerdt en Bartimeus, en natuurlijk de meditatie van een dominee. Duidelijk is dat de Rotterdamse afdeling in die tijd de grootste was. Waarschijnlijk ook omdat de redactie lag bij een Rotterdams lid, C. Wagemaker,  is er relatief veel aandacht voor de gevolgen van het bombardement in Rotterdam en de verwoesting van de werkinrichting voor blinden. In latere edities (o.a. mei 1943) wordt een oproep gedaan om onderdak te bieden aan de mensen die dakloos zijn geworden door de bombardementen. Ook wordt in diverse edities melding gemaakt van de pogingen van de 3 bonden gezamenlijk (de algemene NBB, de RK. St. Odilia en de NCB) om landelijk of plaatselijk faciliteiten voor blinden te krijgen: een begeleiderskaart in het openbaar vervoer, werk en de beloning in werkinrichtingen, uitkeringen etc. Aan de bezetter is tevergeefs gevraagd om radiotoestellen van blinden niet in te vorderen. Verder moesten kennelijk veel leden van woonplaats veranderen, want er zijn volop oproepen om de juiste adressen door te geven van met name genoemde leden. Begin 1942 wordt melding gemaakt van het vertrek van een lid van het bondsbestuur. Uit een bericht begin 1946 wordt duidelijk wat de aanleiding was. Mej. M. Strӧdel was weliswaar christen maar van joodse afkomst. Voor haar dus aanleiding om terug te treden. Uit het bericht in 1946 blijkt dat zij Westerbork en een concentratiekamp heeft overleefd. Uit eigen financiële middelen heeft de NCB veel leden kunnen helpen om de ergste nood te lenigen. De NCB beschikte daartoe over een noodfonds.

De Blindengids is in september 1945 weer verschenen. In het eerste artikel wordt uitgebreid ingegaan op de oorlogsjaren. “Alle mogelijke verenigingen werden opgeheven, hun kassen geplunderd en de organen verboden”. Dat overkwam de NCB niet. “Vermoedelijk zal dat wel geweest zijn, omdat de bezetter ons ‘nicht gefährlich’ vond. Sympathie zal het wel niet geweest zijn’. De NCB kon dus vergaderingen blijven houden en het orgaan blijven uitgeven. Dat hield in 1944 op door de spoorwegstaking, de problemen met de post en het opraken van noodzakelijke krachtbronnen, o.a. papier. Regelmatig wordt verwezen naar de moeilijke tijdsomstandigheden die een normaal functioneren onmogelijk maakten.

Wellicht is het voor de lezer nog wel interessant te zien wat mijn onderzoek in het tijdschrift van de Nederlandse Blindenbond, De Blindenbode, heeft opgeleverd. Dat blad is tot en met december 1941 verschenen. In de periode daarvoor wordt duidelijk gemaakt dat deze bond zich grote zorgen maakte over de ontwikkelingen, onder meer was er een toename van oorlogsgewonden en ook het bombardement van Rotterdam en de gevolgen van de verwoesting van de werkvoorziening daar worden genoemd.  In de editie van nov. 1941 wordt melding gemaakt van het verbod voor joden om lid te zijn. Het bondsbestuur besluit dat het geen uitvoering geeft aan de opdracht om joodse leden te verwijderen, mede omdat in de administratie geen aantekeningen zijn gemaakt over de religie van leden. Er zijn wel diverse leden die zelf hun lidmaatschap opzeggen, waaronder een lid van het bondsbestuur. Wat dat betreft was de situatie gelijk als bij de NCB. Net zoals dat voor de NCB gold zijn de activiteiten in de oorlog ook bij de NBB zeer beperkt geweest. Opmerkelijk is natuurlijk dat binnen de gegeven mogelijkheden de bonden gezamenlijk optrokken als het om specifieke belangen ging. Het blad van de NBB is pas in 1946 weer verschenen. Ik ben er nog niet toe gekomen om na te gaan of er nog exemplaren van het blad van de katholieke blindenbond St. Odilia te vinden zijn.

Ad van der Waals  (was sinds 1990 werkzaam in directie en beleidsfuncties bij diverse belangenorganisaties van blinden en slechtzienden)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *