Persoonlijke herinneringen aan tante Jeanne, de oprichtster van de NCB
Het is een vreugde om te beginnen met gelukwensen met de viering van honderd jaar. Een heel bijzondere feestdag. Honderd jaar waarin veel gebeurd is voor het leven van de blinde en slechtziende medemensen. Ik zeg dat uitdrukkelijk omdat voor tante Jeanne de blinde allereerst medemens was en daarom voorwerp van Gods liefde en van onze liefde.
Ik heb tante Jeanne gekend. Zij was iemand met wie je onmiddellijk contact had. Ik heb nog bij haar gewoond, aan het eind van de oorlog tegenover het ziekenhuis, het Luthers Diaconessenhuis. Daar woonde ze met oom Piet en ook van Piet zal ik wel een paar dingen vertellen om het een beetje grappig te maken, want oom Piet hield van grappig.
Even maar om te beginnen zodat u eraan went dat het niet allemaal serieus is vanmorgen. Oom Piet heeft mij uitgelegd wat het verschil is tussen gereformeerd en hervormd. Ja, als je teruggaat tot de oorsprong van die woorden is het natuurlijk hetzelfde. Maar het was ook de oorzaak van het uiteengaan van mensen uit de landelijke kerk. Daar is ook het initiatief gekomen voor de oprichting van de blindenbond.
Oom Piet had een bolhoed. En die legde hij voor zich op tafel en hij zei: Ik zal je uitleggen wat het verschil is tussen hervormd en gereformeerd. Hij sloeg een deuk in die hoed en zei: Mijn hoed is nu hervormd. En daarna deukte hij die weer uit, gaf weer een klap en zei: Mijn hoed is nu gereformeerd. Ja, het was een grappige man. Hij had een huishoudster, Johanna. Tante Jeanne was vaak op de Eberhorst. Ik heb hem dus vooral leren kennen met haar. Maar tante Jeanne heb ik natuurlijk ook gekend. Oom Piet was eigenlijk een beetje gemeen. Die vroeg van wie hou je nou meer: van Johanna of van mij? En als ik zei van u, dan was Johanna boos en als ik zei Johanna, dan werd oom Piet vreselijk boos. Ja, het was een man vol humor. Tante Jeanne ken ik vooral als een hele lieve oude tante.
En om tante Jeanne in beeld te krijgen moet je even terug ook. Allereerst naar waar komt die naam vandaan? De naam De Gaay Fortman. Zij is geboren als Jeanne de Gaay Fortman. En dat gaat terug op de tijd van de 80-jarige oorlog en daarna dan? Dan is er een afsplitsing in de kerk. Daaruit ontstaan de Gereformeerde Kerken in Nederland. Mijn overgrootvader, haar vader is toen meegegaan met die afsplitsing, de Doleantie geheten, van Kuyper, daar zijn wij dus. En dat was behoorlijk gescheiden. Een van de vreugdevolle geschiedenissen daarna is dat hervormd en gereformeerd vandaag bij elkaar zijn als de Protestantse Kerk in Nederland. Maar in de blindenbond is het altijd al samengegaan en dat is heel bijzonder.
Ik ga even naar de blinden in Ermelo. Mijn vrouw is Ermelose en ik ben dus Ermeloër geworden door huwelijk. Elke echte Ermeloër weet dat we hier leven in een dorp met blinden en slechtzienden. Wij nemen de trein naar Utrecht en dan stappen we in en meteen komen we in contact met een blinde, die trouwens de enige is die met je praat en de enige die je ziet. De rest van de trein ziet je niet, maar blinden hebben een ongelooflijk vermogen om mensen op een geestelijke manier helemaal zo te zien dat je vrienden bent. Kom je in Utrecht, dan is er een blindenspoor dat loopt tot aan de Grote Kerk en als je denkt: nou ik neem het blindenspoor, dan kom je allemaal obstakels tegen. Mensen hebben daar van alles staan en dat is voor mij het bewijs dat het gaat om een mentaliteit om echt medemensen te zijn, of we nou slechtziend zijn of niet en of enige andere invaliditeit hebben. Het gaat erom dat je elkaar ziet als mens, als medemens en dat is de grote les die tante Jeanne in het midden van niet alleen de Ermelose samenleving, maar van heel Nederland heeft gelegd.
Een heel bijzondere vrouw en ook heel erg lief. In mijn herinnering is het een heel lieve tante die je altijd zag en met je praatte en je het gevoel gaf jij hoort hier ook bij. En dat, denk ik, moeten we meenemen, vandaag en komend jaar en als motto voor de viering vandaag, wij zijn allen medemensen. Dank u wel.
(*) Prof. dr. mr. B. (Bas) de Gaay Fortman (1937), emeritus-hoogleraar Mensenrechten Universiteit Utrecht, is de zoon van de antirevolutionaire minister en senator Wilhelm Friedrich de Gaay Fortman, met wie hij enkele jaren tegelijk in de Eerste Kamer zat. Zijn grootvader Bastiaan - Bé genoemd - is een broer van mevrouw A.C. Diepenhorst - de Gaay Fortman, de oprichtster van de NCB. De “jonge Bas” heeft zijn tante nog goed gekend en zal herinneringen ophalen aan deze markante, sociaal bewogen vrouw, die wat emancipatie betreft haar tijd ver vooruit was. Zo kreeg zij een plek in de Canon van de Nederlandse geschiedenis.
Bas de Gaay Fortman behoorde tot de progressieve ARP-leden die zich aansloten bij de PPR. Bij de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen van november 1972 was hij landelijk lijsttrekker van deze partij. De PPR steeg van twee naar zeven zetels, welke spectaculaire winst algemeen aan hem werd toegeschreven. De Gaay Fortman was met zijn aparte sprekers- en redenaarstalent een karaktervol kamerlid. Vanaf 1977 tot 1990 was hij lid van de Eerste Kamer voor de PPR. Het laatste jaar opereerde hij namens GroenLinks. Na zijn vertrek uit de Tweede Kamer bekleedde De Gaay Fortman een groot aantal bestuursfuncties en hoogleraarschappen, met name op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking, mensenrechten en internationale samenwerking. Ook op kerkelijk gebied was hij actief.
